Nederlands–Fries woordenboek
Friese vertaling van het Nederlandse woord rijzen
| Nederlands | Westerlauwers Fries (indirect vertaald) | Esperanto |
|---|---|---|
| (opgaan; opstijgen; omhooggaan) | klimme | |
| (zwellen; opzwellen) | swolgje | |
| (opgaan; stijgen; wassen; oprijzen; opstijgen; zich verheffen; de hoogte in gaan) | stige ; oprize | |
| (opgaan; rijzen; stijgen; wassen; oprijzen; opstijgen; zich verheffen; de hoogte in gaan) | stige ; oprize | |
| ||
| (opgaan; rijzen; stijgen; wassen; opstijgen; zich verheffen; de hoogte in gaan) | stige ; oprize | |
| ||